terug naar proza            

 

Algemeen Nederlands (AN)

Je kunt twee woorden een gemeenschap laten vormen door ze aan elkaar te schrijven. Ze geven  gemeenschappelijk meer informatie: koemelk is nog altijd melk, maar meer bepaald melk van een koe. Doch indien je “ver” en “schieten” verenigt, gebeurt er veel, te veel.  Seks kunnen de twee woorden niet hebben, wel vertonen ze sporen van een kort uitputtend gedrag. Meer precies: “ver” wordt daardoor bliksemsnel met dofheid geslagen. Ver schieten apart, wordt verschieten samen. Maar, hoera, door het uitputtend gedrag wordt aanstonds ook een vijfling betekenissen geboren.
In het dialect kan Rita verschieten van en slak in een krop sla. Dat dialect is geen lid van de AN-vijfling. Rita moet zich verwonderen, verbaasd zijn en ze mag eventueel schrikken van de slak in het AN.

Ik kende nog slechts een paar kindjes van de AN-vijfling. Ik heb de andere ling-leden opgezocht in de dikke Van Dale dertiende uitgave en in het niet zo dikke Kramers “Nederlands woordenboek” uit 1946, toegekend aan de meest verdienstelijke leerling van de middelbare afdeling (was ik) door de Bond van oud-leerlingen en de Vriendenkring van de Rijksmiddelbate school van Lier (lager middelbaar, hoger middelbaar volgde ik in het atheneum van Antwerpen).

Verschieten betekent in het AN:

1. Verbruiken, zijn pijlen, zijn kruit verschieten. De uitdrukkingen: al zijn kruit of al zijn pijlen verschoten hebben, betekent: zijn mogelijkheden, zijn argumenten, zijn uitgeput.

2. Vallen, snel verplaatsen, wegschieten. Kramers geeft als voorbeeld: “verschietende sterren” (nooit gehoord voor vallende sterren).

3. door elkaar schudden: het koren verschieten om het duf worden te voorkomen.

4. voorschieten: ik zal je dat bedrag verschieten.

5.Verbleken van kleur: dat truitje is verschoten in de was.

 

Ik heb ze alle vijf op een rij en ik herhaal: “Verschieten van een slak in een krop sla” is dialect. Mijn ex-leraar Nederlands van het atheneum beweerde het met de grootste overtuiging. Hij was een geleerde man, een doctor.

Ik zal het verhaal van Rita en de slak meer uitgebreid vertellen met "eerbied" voor het verschieten-AN. Rita is een weduwe van 80 jaar, ze woont alleen in haar huis aan de rand van het centrum. 400 m verder is er een tuindersbedrijf, dat ook een groentewinkel exploiteert. Rita is er klant, ze heeft er een lopende rekening waarop ze 50 € verschoot en opnieuw verschiet als die 50 bijna op is. Ze ging die dinsdag weer kopen bij tuinder Jan. Ze wist nog niet welke groente ze zou eten bij haar biefstuk. Ze verschoot in de winkel al haar pijlen aan het welke-groente-probleem. “Ik heb lekkere verse sla”, zei Jan. “Eén krop dan” reageerde Rita. Thuis legde ze de krop op het aanrecht in de keuken. Ze schrok erg en haar aangezicht verschoot tevens toen ze een vieze naaktslak in de krop sla zag. Ze trok dapper het blad, waarop de slak zat van de krop en legde dat apart. Ze besloot de slak te doden, niet door haar dood te knijpen. Dat kon Ritaproper door zout op de slak te strooien. Ze nam haar zoutvaatje, maar er kwam geen zout uit. Ze schudde het hevig. Het vaatje verschoot van links naar rechts weg en weer om het zout te verschieten. Zo kwam het los te zitten en kon Rita de slak rijkelijk bestrooien. Ze wierp het blad sla met de ingezouten slak in de vuilnisbak. De slak overleed er slakpijnlijk zonder verdoving.

P.S. Ik kende slechts de verschieten-betekenissen 1 en 5 en ik denk ze zelf zelden gebruikt te hebben. De andere betekenissen zijn echt voor mij VN, vreemd Nederlands in mijn taalgebied. Misschien zijn ze in Nederland niet vreemd. Misschien zijn ze verouderd, staan ze zelfs niet meer in de recente woordenboeken.  De taal evolueert snel. Maar mijn Kramers uit 1946 en mijn dikke van Dale uit 1999 zijn het roerend eens in het verschieten ondanks het verschil van 53 jaar. Ja, ze moeten nieuwe woorden opnemen, maar de oude daarom niet laten sterven.  Ze worden dikker. Waarom dateert mijn meest recente Nederlands woordenboek uit 1999, is het 18 jaar oud. Ik ben 85 jaar oud en ik studeerde geen filologie, maar fysica. Ik plan over een tijd nog levend te controleren wat “verschieten” officieel dan betekent, in de hoop ervan te verschieten dat verwonderd zijn dan ook verschieten is.  

 

 © Hugo Van Vlaslaer