Drie dagen voor ik 85 werd

Drie dagen voor ik 85 werd, wou ik wat ik jonger kon, nog kunnen en ik faalde. Ik schrijf soms, het liefst een beetje humoristisch. Mijn humor is zuiver technisch, met woorden spelen, het soms onlogisch zijn van de taal exploiteren. Het is denkwerk.  Ik kan logisch denken, want ik heb fysica gestudeerd. Ik kan krom denken  plezierig vinden. Ik ben 85 geworden op 13/02/2017. 85: 8 en 5. Ik kan nog iets en iemand ‘achten’ en ik heb ze nog alle 5 op een rij. 

Lang geleden vroeg een collega me wat humor te steker in een tekst van zijn vrouw.  Zij werkte 25 jaar in een grote KBC  bank en zij zou speechen op de viering van haar en de andere 25 jaar plaatselijke loopbaanlopers.
Ik bewerkte haar speech. Haar-mijn toespraak moest naar Brussel gestuurd worden voor goedkeuring.  KBC beoefende toen de Kritische Bank Controleert alles, zels wat ze wou publiek zeggen op een personeelsfeestje.  Was vreselijk overdrijven, triestige bureaucratie, vind ik. Het bevoegde hoofd van de hoofdstad vond haar tekst anders dan anders, maar hij werd aanvaard met lof. 
Die techniek ”achteraf humoristisch maken” moet ik nu toepassen op mijn eigen teksten. Ik kan niet meer in één poging iets leuks schrijven.  De tekst moet rijpen, dagelijks herlezen worden en op goede dagen kan ik in een zin tot zinnen zinnig een glimlach steken, uitzonderlijk een luide lach.

Gie, onze ex-président fondateur, nu de  man met een voet in de echte literaire wereld, organiseerde voor ons een voorprogramma bij “Nel, een groot geweld”. Peter Theunynck vertelt het leven van Nel (1886 – 1971), als de vrouw van, aan de zijde van de Mechelse schilder-beeldhouwer Rik Wouters (1882 – 1916). Lies Van Gasse tekende tijdens het verhaal. Die tekeningen verschenen op het projectiescherm van de zaal. Peter (tekst) en Lies (tekeningen) zijn ook de auteurs van de graphic novel “Nel, een groot geweld”

Onze bijdrage moest voor bespreking klaar zijn op onze vergadering van 12 januari 2017. Tussen 12/01 en 10 februari, de avond van ons voorprogramma, zitten dage om te herlezen en te verbeteren, genoeg dagen om simultaan de 5 minuten tekst onbewust ook uit het hoofd te kennen Ik controleerde het resultaat: de tekst zat inderdaad uit het hoofd in mijn hoofd. Ik betrouwde de situatie niet. Mijn printer printte de tekst af in grote goed leesbare letters. Ik plande de tekst voor te lezen terwijl ik nu en dan rondkijk naar het publiek en zo “ik weet wat ik zeg” toon. In het midden van de tekst was ik plots de kluts kwijt. Ik zweeg vele seconden lang. De kluts kwijt. Welke? Niet de kluts van Peter Theunyck, een man met veel kluts. Wel was mijn kluts weg, een 80plus kluts, dooreen geklutste kluts. Die kluts kwam spontaan terug met “even een luchtje gaan scheppen, weer in form”. Gekke kluts. Ik omfloerste de kluts-kwijt-periode met “ik heb slechte ogen, ik zag plots de tekst niet meer. Nu zie ik wat ik nog moet lezen”. Ik las. Maar mijn toespraak was naar de vaantjes, zelfs naar de kloten. Ik was een belachelijke sukkelaar.

Ik vertel het thuis: een black out, ik wist plots niet mee waar ik zat in mijn verhaal, seconden lang.
Mijn vrouw zegt: “Neem ontslag. Dat is niets meer voor een man van 85: bij het bestuur van een vereniging horen, een toespraak houden…”
 “Ik wil niet dood zijn voor ik dood ben, ik wil nog leven”, antwoord ik

 

 

P.S. Tot hiertoe raakte de kluts niet meer kwijt en de kluts kwijt zich goed van zijn taak.
En hieronder vind je mijn stukje “Muze?”, dat ik voordroeg op 10/02/2017, waarbij ik de kluts kwijtraakte.

 

 

 

Muze?

 

Ik verklaar mijn  toespraak open. De bekende Mechelse kunstenaar Rik Wouters (1882 – 1916) beweerde: “Schilderen, beeldhouwen, tekenen is leven”. Leefde mee in dat leven: Nel, zijn vrouw, zijn model, zijn muze.

Is mijn vrouw Els, e.l.s.: een lieve schat, ook mijn muze?  Neen,  want ik schrijf normaal per jaar slechts twee gedichten over en voor haar, ééntje voor 19 juli, onze trouwdag en ééntje voor haar verjaardag 6 dagen later. Die gedichten staan niet in mijn website, zijn privé, staan wel op de harde schijf van mijn computer. Ik heb de reeks nog eens bekeken. Er zitten jaren tussen, waarin ik zelfs 3 gedichten, zelfs 3 gedichten, schreef voor Els. Dat derde gedicht is meestal korter dan de twee geciteerde, moreel verplichte. “Als het niet per se lang hoeft te zijn, mag het kort wezen”, is mijn lijfspreuk, want mijn lijf verkoos ooit een korte lengte. Ik ben 1,58 m groo..oot. Ik ga verder met mijn openj toespraak. Ik ga niet. Ik blijf ter plaatse om een voorbeeld van zo’n derde gedicht voor te dragen; dragen: het weegt niet zwaar, is wel toevallig meertalig.

 

Moederdag 10 mei 2009.

Ik geef Els: tien op tien

voor het toffe moeder zijn.

van onze twee dochters.

Ze zijn ook tof.

Toffe, tof tof, zijn stof, voor lof.

And for love

Cet amour nous réunit.

gezond gezind in een gezond gezin.

                                                                                                                               

Maar daarmee is Els nog geen literaire muze. Ik vermoed: ze is wel l-muzekaal, liefde-muzekaal, ze stuurt me soms, soms,  draadloos, onbewust, plusgeluk. We hebben vorig jaar half september ons extra 15 dagen vakantie veroorloofd in Lloret de Mar, Spanje. Fantastisch weer. We wandelden hand in hand over de mooie strandboulevard. Ik zei: “Zon, omgeving, wij, ik voel plusgeluk”. Els  zei: “Zot…”. Dat was niet alles, gelukkig. Ze zei: “Zot ben ik op jou en jij bent gek op mij”.  Ik beaamde haar woorden met:: 

“Echt top. 

 Wij zijn gek op

elkaar

en 84 jaar”.

Ze antwoordde: “We vieren dat aanstonds met cava, hier op een terras.”

Ik heb ooit, lang geleden, na zo’n vlaag plusgeluk, schriftelijk gereageerd. We zaten op het strand in Cattolica, Italië. We waren: Els en ik en onze, toen nog tiener dochters. In onze strandtas zat steeds speciaal voor mij: een plastiek zakje bevattende een bic en een schrift, de mogelijkheid om iets te noteren… Toen, die mooie dag keek ik naar mijn vrouw en naar de zee en ik voelde plusgeluk.  Ik greep haastig schrift en bic, verpulverde mijn record dichten met een vluggertje liefdespoëzie, op een  monument van een moment uitgedacht en daarna opgeschreven. Het ding staat wel in mijn website, bij het cursiefje “Valentijn”. Ik las het drie jaar geleden voor  op onze gedichtenavond. Hier  extra voor een hoofdzakelijk ander publiek, doe ik mijn toespraak toe met dat oud gedichtje..

Ze is geen zee.  

Ze heeft daarvoor een e te weinig,

de e van eindeloos waarschijnlijk.

Ze, mijn vrouw, is zelf het einde

doeleinde en happy end

Ze geeft een zee

van, met liefde.                         

 

 

terug naar de startpagina

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 .