terug naar de startpagina      Proza

 

Gitzwartje: een historisch sprookje.

 


Het hertogdom Brabant bestond in de 14e-15e eeuw uit de kwartieren: Brussel, Leuven, Antwerpen en ‘s-Hertogenbosch. De baronie Duffel behoorde tot het kwartier Antwerpen.

Mijn historisch sprookje geschiedde in het hertogdom Brabant van toen. 
Bij de start van van dit verhaal regeerde hertog Lodewijk Soep en Soepele (hij at graag soep en ging soepel om met mooie vrouwen). Karel, de zoon-opvolger had een halfbroer Zenobe en een halfzuster Sidonie, weer van een andere vrouw. Hertog Lodewijk erkende soepel zijn bastaards en hij zorgde voor hen. Wat dacht de hertogin daarvan? Hertogin Delphine was zelf een gekend, maar niet erkend, buitenechtelijk kind van Al…, Alb..;, neen Ad… Ad…, Adhemar, graaf van Vlaanderen.  Delphine verklaarde: “Lodewijk is goede minnaars en goede vaders”.

Karel, de echte en zijn halfbroer Zenobe, zwierven  anderhalf jaar rond, in Frankrijk en een deel van Spanje van hof tot hof om te onderzoeken hoe je optimaal een hertogdom, graafschap, stad kon besturen. Karel ontdekte in Spanje niet het ware bestuur, wel de ware: freule Carmen, dochter van burggraaf Juan van de Costa Brava Catalana. Carmen was echt super beeldschoon, had lang zwart haar.  Karel huwde haar ter plaatse bijna terstond, d.w.z. na een verblijf van 14 dagen. Zij kon Frans spreken en Karel had haar reeds een zinnetje Brabants geleerd: “Welle smachte no ien, wauroem lang wachte?”.Toen Karel, bijna 22  jaar oud, bij zijn terugkeer zijn meegebrachte vrouw voorstelde  aan zijn vader, Lodewijk Soep en Soepele, zei die “Wah, wat een wijf” en hij viel dood. Hij stierf aan een hartelijke stilstand uit opwinding ter ere van Carmen, een hartstilstand. Een voor de Soep en Soepele soepele hofdame beschuldigde Carmen van dodende hekserij. Maar de lijfarts-barbier-chirurgijn Jansius Intelligentius verklaarde: "De hertog is overleden door een hevige aanval van zijn voor-mooie-vrouwen-vallen-de ziekte". Hij wees naar de hofdame en zei:" Het zou bij u ook kunnen gebeurd zijn". En zij zweeg met verdriet en voldaan eergevoel.

 
Karel moest zijn vader dus vrij jong opvolgen. Karel spande zich echt in om een goede hertog te wezen, zijn bijnaam de Wijze heeft hij niet gestolen. .  Ik durf niet beweren dat zijn beleid democratisch was. Hij stichtte wel een hofraad met 15 leden, door hem gekozen , maar vast benoemd voor 10 jaar, zodat ze vrij konden spreken zonder vrees in ongenade te vallen en na die tien jaar kon de hofraad ze opnieuw aanstellen. Beslissingen werden bij meerderheid genomen, maar de wijze hertog had vetorecht. Om het half jaar vergaderde de raad van de vier kwartieren en de hertog bezocht om het jaar plechtig een stad en hij overlegde dan met het stadsbestuur en trachtte de problemen op te lossen.
Hij werkte soms nog
laat, bij zes-kaarsen-licht, aan de voorbereiding van de wekelijkse vergadering met zijn hofraad.  Carmen riep dan: “Carlos, komen oefenen voor de opvolger.”  Een zwangerschap bleef uit. Pas na zes jaar huwelijk werd, in 1400, een dochter geboren. Geen opvolger, maar als troost: een beeldschoon kind met super Spaans gitzwart, mooi glanzend haar. Vanwege het gitzwarte haar werd het meisje Gitzwartje genoemd.  De pastoor doopte haar als Suzanna, want er bestond geen heilig GItzwartje.

Gitzwartje bleef enig kind. Toen ze 16 was, stierf haar moeder. . Gitzwartje was een heel mooie tiener. Sommige hovelingen noemden haar ook Suzanna met de mooie ogen of de BrabantSpaanser, Ze was intelligent en sportief.  Ze reed uitstekend  paard. Ze had een ruime belangstelling en die overwon geleidelijk het missen van haar toffe mama. Voor haar zeventiende verjaardag vroeg ze een weefgetouw en leren weven. Ze wou zelf een wandtapijtje, ter ere van haar mama, maken.

Haar vader had eveneens veel verdriet. Carmen was de max, vrouw en hertogin. Maar de tijd en het verlangen naar een opvolger helen wonden. In de lente van1418 koos Karel 5 hovelingen uit voor de commissie “zoeken”, zoeken naar een mooie jonge geschikte vrouw van adel, die hertogin van Brabant wou worden. Een jonge Brabantse hertogin kon beter tegen koude winters dan een Spaanse, zou hem overleven, hem het verdriet “ze stierf” besparen. In tegenstelling tot zijn soepele vader, reed Karel geen scheve schaats, schaatsen. Hij kon goed schaatsen.  De commissie ontdekte in Duffel freule Amanda, dochter van Nestor, baron van Wouwendonk. Amanda werd door de commissie eensgezind uitgeroepen tot de “mooiste vrouw van Brabant”. Ze was toen 20 jaar en Karel telde er 45. Het beeldschoon blondje, ondanks de huidige moppen ook intelligent, werd meegenomen naar het hertogelijk paleis. Ze mocht er een suite bewonen, zodat Karel haar fatsoenlijk kon daten. Ondanks het leeftijdsverschil werden ze officieel verloofd en besloten ze 3 maand later te huwen. 

Het stond vast: het mooie Gitzwartje kreeg een mooie stiefmoeder.  Nu komt de kat op de koord, de kat van Sneeuwwitje: spiegeltje aan de wand, wie is de mooiste van het land? Enzovoort. Dat denken jullie. Neen, neen. Neen! Gitzwartje en Amanda werden twee handen op één buik. Amanda zocht na de officiële verloving onmiddellijk Gitzwartje op: “Jij wordt mijn stiefdochter en ik ben slechts 2 jaar ouder dan jij.”
“Ik zal je aanspreken met mama Amanda, dat klinkt goed”, lachte Gitzwartje, en jij wordt mijn stiefmoeder-vriendin.”
“Brussel is niet te ver van Duffel.  Ik rij volgende week gewoon te paard, wel met een militaire escorte, voor 14 dagen naar Duffel.  Rij je mee? Je kan eventueel reeds terug met je pa, hij komt naar ons voor 3 dagen. Hij zal mijn vader officieel mijn hand vragen. Ik heb dat geëist, zo kan mijn vader subsidies bepleiten voor een betere Netebrug. Je kan mijn familie leren kennen. Ik heb drie broers. De oudste twee zal je niet zien, die zijn gehuwd en wonen in ‘s Hertogenbosch. Mijn jongste broer en ik vormen de tweeling, Amedee en Amanda, nakomertjes. Met mijn  tweelingbroer Amedee zal je wel kennis kunnen maken, hij is ongehuwd.”
“Is hij even mooi als jij?”
“Ja.”
“Ik rij mee.”

Duffel. Kasteel Ter Elst. De ouders van Amanda waren sympathieke zestigers. Gitzwartje keek met haar mooie donkere kijkers in de mooie blauwe ogen van jonker Amedee en beiden voelden hun hart sneller slaan.

Ter zake. Baron Nestor liet het praktisch bestuur van Duffel over aan zijn zeer bekwame secretaris. Amanda stelde Gitzwatje ook aan hem voor.
“Vereerd met uw bezoek”, zei hij, “Ik ben Fideel Van de Lindethee, n.v.a., niet van adel, toch mag ik mee de gemeente besturen van w.v.a., wel van adel, de baron. Ik ben voor de kracht van de verandering. Ik droomde ervan de plantenbak op het Duffel-Perwijsplein te veranderen in een mooie fontein, maar er is geen hoger gelegen water om de fontein te voeden, het kon niet.
Ik wou houthandel en houtverwerking, het Moriau-woud ontginnen, maar op het gewestplan heeft de baron dat woud laten inkleuren als jachtgebied. Er mogen geen bomen geveld worden. Jammer, jammer, jammer, jammer.”
De mooie ogen van Gitzwartje fonkelden: “Niets te jammeren. Ik heb een idee. Fideel, wat vind je van de stof van mijn jas?”  Gitzwartje had op haar weefgetouw een mooie dikke wollen stof geweven en had uit die stof een korte warme jas laten naaien.
“Heel mooie stof”, zei Fideel.
“Wat industrie zal Duffel rijker maken. We kunnen die stof in Duffel laten weven. Ik zal  arme, maar handige boeren omscholen tot welstellende wevers. Ik zal mijn vader vragen om hier in tien, om te beginnen, weefgetouwen te investeren. Ondertussen laat ik mijn weefgetouw naar Duffel overbrengen en start ik met de opleiding van wevers. Mijn stof zal duffel heten, ze moet verkoopbaar zijn. Ik zorg voor de productie en ik vraag jonker Amedee de verkoop te organiseren en Fideel kan administratief helpen.”
“En ik ken de omschakelbare boeren”, merkte Fideel op.
Amanda klopte in de handen. “Fantastisch, applaus”, riep ze, “maar laat het Duffels blijven, mijn vader, baron Nestor, kan ook de eerste reeks weefgetouwen kopen."

Alles verliep vlot: het hertogelijk huwelijk, de productie en de verkoop van duffel in heel het hertogdom en er buiten. Via het kwartier ’s Hertogenbosch ook overal in het huidige Nederland.  Uitvoer naar Engeland: duffel, duffelcoat, weten jullie allemaal. In Nederland ontwierp een kleermaker met de stof een korte winterjas, lijkend op de jas van  Gitzwartje. De jas kreeg de naam Duffelse jekker.
 
Gitzwartje huwde met Amedee.
Toen het koppel elkaar het ja-woord gegeven had in de kerk, riep hertogin Amanda: “Gitzwartje, we zijn nu schoonzusters,  mooie zusters. Ik geef een extra feest daarvoor.”  Iedereen applaudisseerde.

Op dat feest werd Fideel Van de Lindethee tot directeur van de Duffelse duffel-weverij benoemd, omdat Amedee en Gitzwartje ook veel présence moesten leveren op het hertogelijk hof.  Hertog Karel sloeg Fideel tot ridder, aldus tot w.v.a., wel van adel.

Gitzwartje en Amedee leefden lang en gelukkig en Gitzwartje schonk Amedee twee zonen en twee dochters. 

Hertogin Amanda bleef kinderloos. Karel en Carmen kregen met moeite één dochter. Bij Amanda kon Karel geen kind verwekken. De Wijze besefte dat zijn verwekker te kort schoot, hij kon geen kindjes meer zaaien. Hij stelde aan zijn raadgevers en de kwartieren Amedee, de echtgenoot van Gitzwartje, voor als zijn opvolger. Dat werd aanvaard door de populariteit van ons Gitzwartje, boezemvriendin, stiefdochter en schoonzus van onze hertogin Amanda. 
De regeerperioden van de hertogen Karel de Wijze en Amedee van Gitzwartje worden in deze sprookjes-geschiedenis van Brabant  de Gouden Tijd genoemd..
Ter nagedachtenis van Gitzwartje, Suzanna met de mooie ogen, de BrabantSpaanse, plant ik reeds jaren in mijn voortuin einde mei het Zuid-Afrikaanse klimplantje Suzanna met de mooie ogen (zie achtergrond).

Helaas, wat volgt, is geen sprookje. Godsdienstoorlogen verwoestten Duffel in 1576, 1586 en in 1606. De weefnijverheid verdween er. Troost:  men weefde elders goede namaak-duffel en de duffelcoat en  de Duffelse jekker bleven bestaan. De houtje-touwtje duffelcoat kende een enorm succes na de  tweede wereldoorlog.  In de 19e eeuw was de Duffelse jekker zeer populair in een groot deel van Europa

En de duffelbag bestaat ook, een uit stof of leder, oorspronkelijk uit de stof duffel, vroeger cilindervormige tas. De Engelstalige wikipedia bevestigt dit:  duffelbag, stof duffel, Duffel. De Antwerpse webwinkel  Coolblue, afdeling www.kofferstore.be ,verkoopt duffelbags, 114 verschillende. Ik tikte in google ook namen van enkele buitenlandse steden gevolgd door duffelbag in en ik kreeg verkooppunten van duffelbags.  Real Madrid verkoopt, met een officiële licentie, voetbal duffelbags in de kleuren van Real. Berlijn: Liebeskind heeft mini duffelbags, een soort grote lederen dameshandtassen. Ik vond duffelbags in Rome, zelfs in Moscou, in Caïro. De definitie van duffelbag is ruim. Overal zijn er duffelbags te koop. Weet Duffel dat?.

De stof duffel was mooi, warm en stevig. Ze wordt wijd en zijd nog in het trio “duffelcoat,  Duffelse jekker, duffelbag” drievoudig geëerd. De stof was de stoffelijke duffelgod, zit nu nog onstoffelijk, geestelijk,  geestig, in de drie geciteerde artikels.

Duffel eert  alleen de duffelcoat, eert wel drievoudig de wevers.  In Duffel bestaan 1. De korte weversstraat , 2. de lange wevertstraat en 3. onze burgemeester hoort tot de partij van de Wever.  Toch vraag ik burgemeester Marc Van der Linden de benamingen duffelcoat, Duffelse jekker, duffelbag te  erkennen als Duffels werelderfgoed en ze te beschermen.

De naam "Duffelse jekker" (in Vlaanderen ook Duffelse jas genoemd) komt heden minder frequent voor. Een korte wollen winterjas heet bij ons eerder een caban dan Duffelse jekker. De Duffelse jekker duikt nog op in Nederlandse romans tot ongeveer 1930. In het Nederlands politiemuseum wordt de jekker getoond als uniformwinterjas tot 1982.Toch is de naam "Duffelse jekker"  nog niet uitgestorven. De Nederlandse firma Smit & van Rijsbergen maakt werkkleding en uniformen voor de nautische sector. Bij de uniformen hoort nog steeds voor de winter een blauwe Duffelse jekker. Duffelcoats en duffelbags leven heden gezond.  Midden de rotonde op de Hondiauslaan in Duffel staat een beeld van de houtje-touwtje duffelcoat. We bezitten nog een rotonde op de Liersesteenweg, zeer geschikt voor het tonen van de Duffelse jekker met een duffelbag. Maar het gemeentebestuur moet besparen. Indien rotondebeelden te duur zijn, kunnen ze in het gemeentehuis, goed zichtbaar, een glazen toonkast plaatsen met een duffelcoat, een duffelse jekker, een duffelbag en uitleg. Met het werkwoord "induffelen" alleen, zonder het drietal duffelcoat, Duffelse jekker en duffelbag, blijven we niet "fier om Duffelaar te zijn".  Fier zijn hamerde de onderwijzer ons in in het tweede studiejaar, reeds vanwege de duffelcoat. Ik ben in Lier geboren en ik voelde me toen minderwaardig t.o.v. een echte Duffelaar. Ondertussen ben ik wel een goed ingeburgde "allochtoon".

 . © Hugo Van Vlaslaer  

ad