home (klik)     terug naar "recentere verhalen" (klik)

Het stichtend verhaal van het barmhartig Duffels tentsletje en de gevolgen voor kunstkring de Pelicaen

2010. Fiona Kruisvaarders is een sympathieke mooie jonge vrouw. Ze woont nog bij haar ouders in  Duffel en studeert sociologie aan de universiteit van Antwerpen.
In augustus 2010 was ze pas 19 jaar en had ze het eerste jaar bachelor met onderscheiding beëindigd. Ze vond zelf dat ze een lange vakantie verdiende  en ze ging voor het eerst alleen kamperen op de camping “Zeeliefde” in Het mannelijk Kieken aan Zee. Waar zelfs kiekens thuis zijn. Buiten de stad is er een grote kippenkwekerij en een immens bedrijf voor scharreleieren. “Gelukkige scharreleieren: we verzorgen onze kippen maximaal, ze mogen zelfs scharrelen met een haan  in de gezonde zeelucht.”
 
Terug naar de Zeeliefde.
Fiona had pas haar tentje gezet toen de eerste seksbedelaar langs kwam. Ik laat  Fiona zelf aan het woord.
           
“Het was niet de eerste de beste. De tweede was veel beter. Maar ik ben christelijk opgevoed. De naastenliefde. Liefdadig zijn. De liefdadige liefdesdaad geschiedde. De volgende dag verscheen de tweede seksbedelaar. Hij heette Jan Kan. Hij kon boeiend vertellen, was lief en zacht. Maar Jan heeft geroddeld tegen andere seksnoodlijdenden: vrijgevig meisje…
Nog geen week later was ik een soort moeder Teresa voor het welzijn van de seksbedelaars van de Zeeliefde.  Ik zag mijn te uitgebreide hulp als een sociale plicht, bij wijlen dik… vervelend, te dikwijls… Hadden die seksbedelaars me “moeder Teresa” genoemd, of  “De vrijgevige van de Zeeliefde”: nog geen probleem, ik  kan volhouden. Maar ik hoorde stiekem dat ze spraken van het “tentsletje”. Ik denk dat Jan Kan dat woord uitgevonden heeft. Foei, foei. Ken je de verklaring in de dikke Van Dale van “slet”? Is: gemene vrouw, ontuchtige vrouw, lichtekooi. Je doet aan liefdadigheid en je wordt een gemene vrouw. Dat pikte ik niet. Ik heb mijn tentje afgebroken en ik ben zonder boe of ba huiswaarts gekeerd. Ba. En dan hebben ze later het woord “tentsletje”, tot het nieuwe woord van 2010 uitgeroepen. Ba. Vlaanderen zit vol  ondankbare seksbedelaars. Arm Vlaanderen. Ik plan over drie jaar als afstudeerthesis een onderzoek over het seksbedelen in Vlaanderen. Ik help die bedelaars niet meer. Ik wil  hun nood, hun sociale achtergrond wel bestuderen.”

Tot daar haar verhaal.

Fiona, het barmhartig tentsletje. Ze deed het uit naastenliefde. Maar volgens de christelijke leer moest zij naastenliefde ook lezen als naast-én-liefde, met de liefde naast de naaste blijven, niet erop of eronder liggen. Zij beoefende de onkuisheid,volgens mijnheer pastoor, een doodzonde. Ik bied haar mijn deelneming, mijn begrip en persoonlijke vergiffenis aan.l

Ik vermeldde in de titel “stichtend verhaal”. Ja, Fiona Kruisvaders stichtte. Ze stichtte de “Stichting voor de ontnederlandsing van het woord “tentsletje””.

Ik geef jullie het adres van de stichting:
Stichting voor de ontnederlandsing van het woord “tentsletje”
Duffelcoatseweg 9999, bus: zonder nummer, te vinden in de voortuin. 9999, ja de Duffelcoatseweg is een lange straat, ze begint in de 15e eeuw met de bloei van de Duffelse weefnijverheid.
Postnummer: 2570 . Ik zal bewijzen dat de post, nu bpost, of op zijn Engels bpost, 2570 gekozen heeft uit liefde voor Duffel, in samenwerking met het schepencollege . Ik heb mijn dorp ook lief, zelfs liever, liever dan mijn geboortestad. Ik ben in Lier geboren.  Toen ik drie maanden oud was, werd ik verhuisd naar Duffel. “Ik werd verhuisd” is de onvoltooid verleden tijd in de lijdende vorm. Moedertaal, ik heb dus reeds in mijn babyverleden geleden en dat lijden is onvoltooid. Moedertaal, wat staat me nog te wachten? Niet jouw schuld, de schuld van geleerde filologen, die de term ”lijdende vorm” uitvonden. Indien “ik acht” de leidende (met ei) vorm en “ik word geacht” de lijdende (met ij) was,  zat er in de benaming nog plezierige logica. Maar met alleen lijden, met lange ij, als je vrouw verklaart “Schat, jij wordt echt door mij vertroeteld”, moet je zeggen: “Neen, liefste dat kan niet, dat is lijdende vorm, het doet pijn.”

Ik werd dus met lijden verhuisd van Lier naar Duffel. Ik vind Duffel veel veel toffer dan een gewoon boerengat, zelfs dan een buitengewoon boerinnenkontje. Trouwens Duffel is geen boerengat, het is een monumenten-, een groengemeente en ook één van eerlijke handel en cinema Plaza is een erkend monument en zal ‘rekbaar’ weldra gerestaureerd geraken en het gemeenschapscentrum van Duffel worden. Het rekbare is reeds enkele jaren uitgerekt, maar het blijft rekbaar. Is niet de schuld van het Duffels gemeentebestuur, maar het hogere Vlaamse verandert weldra in dralen, wegens te veel “zo mag het niet” en te weinig informatief “zo mag het wel”. Wat Vlaanderen zelf doet, kan veel vertraging veroorzaken.

Het liefdevolle postnummer 2570. De post zag dat de Nete Duffel in twee verdeelt, daarom de 2. De post constateerde dat onze burgemeester ze alle vijf heeft. Hij heeft vijf schepenen. Die van toen toch. De nieuwe  heeft er nog de OCMW-voorzitter, als toegevoegde schepen voor sociale zaken,  bi j. Maar uit respect voor de vroegere vijf zonder toevoeging: werd het tweede cijfer: 5. Het toenmalig schepencollege kreeg inspraak: “Indien u de eerste twee cijfers aanvaardt, telt u deze op om zo de laatste twee te bekomen.” De vijf keurden 2 en 5 unaniem goed en telden: 2 + 5 = 7. Een verkeerde som, want 7 is slechts één cijfer, merkte de eerste schepen op. Het slimste schip, sorry, de slimste schepen zei: “We schipperen, we werken met één cijfer na de komma: 2,0 + 5,0  = 7,0. Zo bekomen we twee cijfers en het postnummer van Duffel wordt: 2570. Goed gevonden, juichten de vier anderen.

Nu kennen jullie het waarom van 2570. De post houdt van Duffel.  Fijn en fijn van mij om dat te bewijzen zonder moeilijke wiskunde.

Achter dat postnummer schrijf je Duffel voor je correspondentie met Fiona.

Nu weten jullie alles. Ik had tijd nodig om het uit te leggen. Ik leg graag uitgebreid uit. Ik werkte niet in het boven-, doch in het onderwijs, wel bijna bove n, op de derde verdieping en er waren er vier. Maar ik beken: ik ben eerder voor het ontnederlandsen van “letterkunde” dan van “tentsletje”: kunde is geen kunst. Kunst begint waar het kunnen ophoudt, zegt men.  Echte literatuur begint waar de letterkunde ophoudt. Maar jullie mogen lid worden van de stichting van Fiona Kruisvaders, heb ik niets tegen. Jullie hebben het adres.


Nu weten jullie alles, herhaal ik. Maar jullie hebben nog niet door hoe ik dat alles vernam. Wel, via in-inspiratie. In-inspiraties zijn kunstzinnige  en taalrijke geesten  die bij de mu-muzen werken.  Ze zijn slechts zichtbaar met een speciale bril, die ze je geven als ze verschijnen. Ze lijken dan op een fee, mooi, sprookjesachtig.  Je kunt  een in-inspiratie krijgen op goedgekeurde aanvraag. Vroeger moest ik me wenden tot het uitzendkantoor van de mu-muzen. Ik was geen vaste in-inspiratie waard. Een uitzendkracht kon tegenvallen. Deed in-inspiratie nummer 13. Ik heb een gedicht geschreven over dat geval. Een opstandig gedicht zonder in-inspiratie. Ik lees het voor.

 In-inspiratie nummer dertien

In-inspiraties werken bij de mu-muzen.
Uitzendkrachten op smeekbede.
Eventueel.
Ik wil er één in huis,
ik verlang een gedicht.
Ik bid, ik smeek.
Succes.
In-inspiratie nummer dertien.
Zij schrijdt binnen.
Ze zegt zuur:
"Ik ben moe,
ik ben op,
ik heb hoofdpijn."
"Een aspirientje
en het is zo voorbij."
Voorbij?
Ja, mijn kans op poëzie.

In-inspiratie nummer dertien, die wil echt niet.

Toen ik in 1990 voorzitter van de Pelicaen werd,  ontving ik van de mu-muzen een vast benoemde vaste in-inspiratie, in-inspiratie nummer 4711, een goede, zo goed als eau de cologne 4711. 4711 overtuigde Fiona  met mij af te spreken.  Zo zaten wij, Fiona en ik, in augustus  2012, op een maannige zondag, sorry, een zonnige maandag  te babbelen op het terras van café de Pelikaan aan het gemeentehuis. Ik wist van 4711 dat Fiona een knappe  vrouw was. Dat kon ik toen zelf zien en ze was daarenboven kras knap krap gekleed. Het was  een zeer warme namiddag. Ik had er ook slechts  vijf om het lijf: een onderbroek, een driekwart zomerbroek, een polohemd en twee sandalen.

Beknopt verslag over wat voor jullie, Pelicaenofielen, significant was die warme dag. De stichting van Fiona  had voorlopig te weinig leden om met succes de ontnederlandsing van “tentsletje” af te dwingen. Het lot van de seksbedelaars interesseerde Fiona geen fluit meer. Haar afstudeerthesis voor 2013  zou gaan over  “vele artiesten  leven voor de kunst met een ander beroep voor de poen”. 
Fiona zou zelfs veel achtergrond uitpluizen. Is de artiest geschoold of autodidact?  Kunst en gezin? Kunst en gezindheid? Bevordert kunst het klimmen op de sociale ladder van het ander beroep of niet? Maakt de kunst de beoefenaar gelukkiger? Stimuleert scheppende kunst vreemde creativiteit? Enzovoort.
Fiona wou o.a. in kunstkring de Pelicaen uit Duffel dat alles bestuderen. Ik was toen  nog voorzitter.  Ze mocht onderzoeken van mij, 
Maar de volgende dag telefoneerde Fiona : “Het mag niet van mijn moeder. Dat onderzoek moet buiten Duffel, vindt die, voor de objectiviteit, want ik ben te  duffelachtig.”

Weinig waarschijnlijk dat een ex tentsletje rekening houdt met een licht bezwaar van haar moeder.  Slechte in-inspiratie. Ja, toen Lili Stevens  voorzitter van de Pelicaen werd en ik dus minder waard zijnde, kreeg ik van de mu-muzen geen vaste in-inspiratie meer. Ik moest weer beroep doen op losse uitzendkrachten.
Ik heb een groot deel  van dit verhaal nog geschreven onder 4711. Maar mijn 4711 gedeelte was geen 15 minuten voorlezen lang , moest nog wat groeien. In nog wat groeien ben ik nooit sterk geweest. Toch ben ik eerder dan eergisteren aan het nodige verhaalverlengstuk begonnen en ik was absoluut verplicht daarvoor een  uitzend in-inspiratie te  vragen, wegens mijn lichaamseigen beperkte groeimogelijkheden.  Niet te geloven: in-inspiratie nummer dertien schreed weer binnen. Ze liet Fiona zeggen: “Het mag niet van mijn moeder…”  om het verhaal te stoppen.. 
Fiona werkt dus niet met de Pelicaen samen. Ik ontving geen in-inspiratie  om het ex-tentsletje toe te laten de leden van de Pelicaen te onderzoeken, hun geheimen te ontbloten inzake kring en kunst, beroep en poen.
Gelukkig  heb ik Fiona onder 4711 verhaalecht gesproken. Ik heb haar  bekeken, bestudeerd. Mijn objectieve indruk van Fiona: wonderlijke jonge vrouw,  ernstig, ex, ex,ex barmhartig tentsletje, want  nu is Fiona Kruisvaarders een trouwe partner van haar vriend Frederik Kruisbestuiving.
De wonderen zijn Duffel niet uit.
Leve Duffel, leve Fiona, leve ons postnummer 2570. En om Fiona een plezier te doen: leve Frederik Kruisbestuiving. In-inspiratie nummer 13 wou me niet meedelen wie dat is. Zit er een kennis van hem in de zaal?
Neen?  Dan zit ik zonder aanvullende  gegevens en kan ik niet verder.

In-inspiratienummer nummer 13 deed toch iets: ze bezorgde mij woorden in de wind, de wind  voor een windmolen, een molen die niet maalt, windturbine is.  Die zette dan de kinetische energie, de energie van beweging van de wind met mijn woorden,  gedeeltekijk om in elektriciteit. In-inspiratie nummer 13 verklaarde: woorden die mee elektriciteit gemaakt hebben zijn bijzonder. Je kunt ermee bliksemen  in een donderpreek.
’s Anderendaags valt 13 bij mij ongevraagd binnen:  “ik was moe, ik was op…” 
Ik zeg: “Je had hoofdpijn…” 
“Ja, ja, ik heb voor jou te zware woorden in de wind voor de windturbine gezet, in plaats van gevleugelde woorden. De woorden zijn op de grond gevallen voor ze de turbine bereikten. Dus ze zijn niet bijzonder geworden, het oprapen niet waard. ”
“Geeft niet. Ik heb geen woorden voor een donderpreek nodig. Heb jij nieuws over Fiona?”
“Ik ben moe, ik ben op, ik heb hoofdpijn.”
“Een aspirientje en het is zo voorbij.”
Ze slikt er één en zegt: “Heerlijk, nu ben ik Fiona helemaal vergeten.”

Ik sta hier met mijn mond vol tanden en met Fiona-lege stembanden. 
Einde van mijn verhaal wegens in-inspiratie nummer 13. Ik moet zelfs de titel van mijn verhaal teleurstellen: er is geen invloed van Fiona op kunstkring de Pelicaen. .