De droeve lotgevallen van 2M
terug naar de startpagina (klik)       terug naar de inhoudstafel van deze reeks (klik)      


              Ik ontmoette het kinderloze echtpaar 2M, M en M, Max en Manja, voor het eerst bij mijn ouders, ongeveer dertig jaar geleden. Wij waren er, omdat het zondag was en 2M daagde er zo maar ongevraagd op met een vraag. Max had ergens gehoord, dat mijn vader wist hoe je een octrooi moet aanvragen en hij wou dat ook weten. Max had de krommefrietensnijder uitgevonden. Hij demonstreerde een prototype, een machine met twee pedalen. Je zette het ding op tafel, je stak er een geschilde aardappel in. Je trapte de rechter pedaal in: evenwijdige horizontale messen sneden de aardappel in schijfjes. Je trapte de linker pedaal in: verticale messen drongen als zoveel guillotines door de aardappelschijven. Het geniale zat in de verticale messen: het middelste was vlak, links van het middelste mes stonden de messen naar links gebogen, rechts was de kromming naar rechts. De middelste frietjes werden zo halfspoelvormig geboren en de andere krom. Max zou rechts aan de machine nog een uitwerphandel plaatsen, die een klep opende, zodat de frieten in een kom onder de machine vielen. Een frietkraammachine kreeg nog meer uitvinding: links een invoerhandel en een vultrechter boven op het ding. Je moest dan slechts aan die handel trekken om een nieuwe aardappel in de frietensnijder te brengen. Linkerhand, rechtervoet, linkervoet, rechterhand en je bekwam kromme frieten. Ik merkte op: "Het is erg ingewikkeld ten opzichte van een gewone frietensnijder". "Het is ook een uitvinding", antwoordde Max, "en in een bijlage van het octrooi ontwerp ik meerdere soorten verticale messen: een stel voor S-vormige frieten, een stel voor zigzag frieten enz.". Mijn vader was niet onder de indruk, maar na nog een bezoek van Max, vond hij dat die Max toch inventief kon denken, dat in de man nog iets anders zat dan een kromme friet en hij introduceerde hem bij de VIV, de Vlaamse Inventieve Vereniging.

Manja was een knappe vrouw uit Rumst, als jong meisje zeker een verblindende en  adembenemende schoonheid, maar niet groot. Ze zou bij mij passen. Ook bij lange mannen wegens haar groot babegehalte. Ze was een bewonderenswaardige passe-partout. Venus uit de kleiputten van Rumst.  

Manja werd trouwe echtgenote en huisvrouw met huis in Rumst.

Twee maanden na de eerste 2M-ontmoeting ontdekte ik bij mijn ouders een schilderij, een sneeuwlandschap, genre goedkope nieuwjaarskaart uit mijn jeugd. Mijn moeder veegde mijn verwondering-zonder-bewondering weg met: is van Manja, ze schildert, natuurtalent, geen scholing, start haar kunstminnend leven met het inderdaad kopiëren van prentkaarten. Mijn moeder lijstte 2M zelf in met: "Max en Manja zijn brave mensen, wat zeg ik, zeer brave mensen. Zal ik nog iets zeggen: Manja is op dezelfde dag, hetzelfde uur geboren als jij."

Ik ontmoette 2M toevallig nog tweemaal bij mijn ouders. Manja beweerde dat ons tegelijk geboren zijn, iets positief kon betekenen: vriendschap, een band "de sterren hebben ons op dezelfde wijze beïnvloed". Ik geloof niet in astrologie, maar ik heb een sterk zwak voor de schilderkunst. Ik zei haar discreet, intiem, dat ze de techniek "schilderen" wel leerde door dat na-apen van prentkaarten, maar dat ze zo nooit kunstenares werd: je moet scheppen, iets nieuw brengen, iets van jezelf in die schilderijen steken.

Ik heb naast 2M nog 2N, N en N, Nicole en Nico nodig voor de geloofwaardige  sfeer in dit verhaal. Nicole Turtelstruik, de struik is geen de Turtelboom. Nicole Turtelstruik lijkt op Maria Sjarapova, de Russische tennisbabe. Ik verkies vrouwen mooi in mijn verhalen. Jullie zijn niet verplicht dit verdacht te vinden. Mooi: 4 toetsaanslagen, lelijk: 6, dat is 50 % meer en ik typ niet vlot. Dat is waarschijnlijk de onderbewust onderliggende reden waarom ik  mooi bewonder. Zeer waarschijnlijk. De tweede N heet Nico. Professor Dr. Nico Telraam, statisticus, is het evenbeeld  van professor Zonnebloem van Kuifje, maar draagt geen hoed en is niet kaal. Ik ontmoette 2N, toen dertigers, voor het eerst in 1996 op het strand in Lloret de Mar, Spanje. Nicole was extra bezienswaardig in monokini, een verfraaiing van het landschap, toch van het strandschap en Prof. Dr.Telraam sprak in zwembroek over zijn laatste werk "De positieve invloed van het aantal kunstenaars op de gemiddelde levensduur van de bevolking". Het was hem opgevallen dat zowel het aantal kunstenaars als de gemiddelde leeftijd in onze maatschappij stegen.
Daarna zag ik 2N nog enkele keren in Lloret, ook in juni vorig jaar. "Wat mij opvalt", zei Prof. Dr. Nico Telraam toen, "er zonnen hier veel minder vrouwen in monokini dan vroeger. Je kunt opmerken: mevrouw Nicole  Turtelstruik doet het ook niet meer. Ik telde gisteren, 6 juni 2011, 11 uur, voor heel het strand slechts 3 mono's. Vrouwen en mannen zijn verwante wezens, mensen. Indien bij de vrouwen een mono daalt, zal bij de mannen eveneens een mono afnemen. Welke?"
Ik antwoordde gekscherend: "De monogamie."
"Dit monoverband zal ik statistisch onderzoeken", zei de geleerde man, "Ik stel een enquête op. Jij bezorgt die in Duffel aan 500 willekeurig gekozen mannen en vrouwen."
"Neen, ik werk niet  mee. Het kan me niet deren of er een verband is of niet."
"Ik beschouw je niet meer als een bevriend individu", sprak hij, "jij weigert je verantwoordelijkheid op te nemen voor de studie van de evolutie van de mensheid."

Voilà, daarmee heb ik aangetoond dat ik in mijn verhalen steeds de waarheid vertel, de waarheid als een koe of als een fantasiekoe. Welke koe ik melk, zeg ik er nooit bij.  

Ik neem nu verder de verantwoordelijkheid op voor mijn “de droeve lotgevallen van 2M”. Droef. Kromme toestanden.

Max, uitvinder van de krommefrietensnijder, overleed op 21 januari 1990, 58 jaar oud. Oorzaak: kromme hersentumor. Begrafenis op zaterdag, 25 januari. Ik reed met mijn moeder naar Rumst. Ik zag Manja in het zwart, een door medicamenten getemperde droefheid. Ik bekijk haar doordringend, die "zelfde datum, zelfde uur" bindt haar ellende aan mij. Ik denk  "hoe kan ik haar helpen?" en ik kan die vraag niet beantwoorden, ik help haar niet.                                 

Juni 1990. Plots telefoon van Manja: of ik voor haar iets wil waarmaken, ze wil opnieuw wat leven, ze wil mensen zien, ze heeft in het Gazetje gelezen dat ik de nieuwe voorzitter van de Pelicaen ben, de tot in mijn huis beroemde kunstkring uit Duffel. Ze schildert nu beter, schilderen helpt haar door haar verdriet, ze zou graag praten over haar werk met de voorzitter van de beroemde kunstkring...
Ik zeg tegen mijn telefoon: “Volgende woensdagsnamiddag kan ik langskomen, geen probleem, drie uur?"

Die dag toont ze me het schilderij "zonsondergang". "Naar een foto van onze laatste vakantie samen, zonsondergang boven de Adriatische zee, gezien vanuit Gabicce Monte; ik heb de foto niet gekopieerd, mijn gevoelens na zijn dood kozen kleuren, andere dan die op de foto."
"Het is de dood van de zon, van je eigen zon, van je man, die je schilderde. Het schilderij grijpt me aan. Jij kan dus schilderen... "
"Jij voelt het ook, zelfde dag, zelfde uur geboren. We zijn geen tweelingen, maar toch een tweetal", zegt ze.
We sturen warme blikken van verstandhouding naar elkaar. Warmte? Verstand? Houding? Verstand verloren door de uitdagende houding? Wat speelt een rol? Onze blikken gaan bliksemsnel met elkaar naar het blikkenbed.
Ik zie het aanstonds. Ze heeft het zitten: na het blikkenbed is haar blik zwanger. Manja bekijkt me met een blik zwanger van verlangen om lid te worden van de Pelicaen. Volgende woorden vallen inderdaad onmiddellijk bij de blik in verwachting: "Kan ik lid worden van de Pelicaen?"
Ik ben verplicht te antwoorden:"Voorwaar, voorwaar ik zeg je: het is makkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te kruipen, dan voor een autodidact om lid te worden. Voorwaar, er staat geschreven, dat je om lid te zijn, scholing moet volgen of gevolgd hebben, dat een autodidact pas lid kan worden als alle op de vergadering aanwezige leden in een geheime stemming het daarmee eens zijn. Er zal wel iemand tegenstemmen. Alleen de leden van de literaire afdeling, zoals ik, zijn ongeschoolden. Ik heb ook geen voorzitterkunde gevolgd, moet niet. Maar onze schilders en grafici hebben minstens deeltijds kunstonderwijs genoten."

Van ontgoocheling valt Manja dood op de grond.

Niet te begrijpen en toch een logisch slot van mijn verhaal, omdat ik als verwaarloosbare schrijver trouw moet blijven aan de titel: de droeve lotgevallen van 2M.

Vroeger stond op doodsbrieven: "Het heeft de Heer behaagd tot zich te roepen de ziel van zijn trouwe dienaar…". Het heeft Hugo Van Vlaslaer in zijn verhaal behaagd te laten overlijden Max en Manja. Luguber behagen. Ik schaamde me in slapeloze nachten. Ja, een hersentumor, dat gebeurt… Maar doodvallen wegens een dom en pretentieus reglement van de Pelicaen, dat mag niet meer kunnen. Ik heb met mijn ongeschoolde voorzitterkunde druk uitgeoefend op de geschoolden van de Pelicaen. Ik heb gepleit soepeler te zijn voor de autodidacten. Ik verbeterde hun lot diplomatisch in twee fasen. Eerst stelde ik voor dat 85%  ja-stemmen voldoende zou zijn. Vergadering akkoord. Later lukte de tweede fase. Autodidacten werden op mijn tweede voorstel aanvaard, zoals de geschoolden: op een vergadering voorgedragen worden door een lid, dat lid toont werk van hen, minstens 50 % van de aanwezige leden moet dat werk waardevol vinden. Is mijn monument voor Manja, ex- Venus uit de kleiputten van Rumst. Gebouwd met de hulp van regel 21 uit het handboek “leve de democratie in de 21e eeuw”: laat niet stemmen voor je de meerderheid overtuigd hebt van je eigen gelijk..
Indien ik als titel van mijn verhaal had gekozen “De vreugde van kromme frieten” waren er geen doden gevallen. En nu ook niet, want bij nader inzien zijn Max en Manja niet definitief overleden. Het lucht me op. Ik kan reïncarnatie toepassen. Ik kan Manja en ook Max opnieuw levend maken in een andere verhaal, in een andere rol. Doe ik terstond. Ik wil goed slapen vannacht.
Als bisnummer lees ik een zinnig verhaal voor, bestaande uit één zin. Dit éénzinnig verhaal speelt zich af in 1903, in een grote boerderij in Vladslo bij Diksmuide.

Een zinnig éénzinnig verhaal. Opgelet, het komt:

Terwijl de meid Manja en de knecht Max paarden op de hooizolder boven de stal, stal de dief in de stal de paarden. 

Verdomme, nu zijn ze weer dood, want wie seks had  in 1903, zou nu te oud zijn om nog te leven. Sorry. Ik ben een hopeloos geval, verouderd geval, want ik ben sinds 13/02/2012 tachtig. Tachtig. Quatre-vingts in het Frans. Een verwijzing naar een mogelijk begin van Alzheimer? Het is dinges, dinges, …, dinges. Ik kom niet op het juiste woord, dinges, ik bedoel: 4 maal 20, quatre-vingts. De Walen weten nog wat zeventig is in het Frans: septante. In Frankrijk is het op die leeftijd reeds dinges, dinges,  allez zestig plus tien: soixante--dix.
Mijn lieve moedertaal is eveneens niet poeslief maar kattig tegenover mij en mijn leeftijdsgenoten.  Vijf, zes, zeven, acht. Vijftig, zestig, zeventig, achttig. Achttig zou het moeten zijn, met twee t’s. Achttig. Waarom heeft mijn moedertaal die tweede t weggenomen en ze vooraan gezet? Omdat ze een samentrekking wou van “te  achtig”, tachtig. Achtig is oud. Een tachtig is te achtig: te oud. Volgens mijn moedertaal ben ik zeker niet meer geschikt om hier een verhaal voor te lezen. Andere talen zijn niet zo gek mij ten onrechte te beledigen. De Duitse moeder zegt achtzig, niet zachtzig van zu achtzig. In het Engels is het eighty, niet teighty van too eighty. Mijn moedertaal is Gg, Gaga, moeder Gaga, Gg, Germaans gek, meer gek dan het Germaanse Duits en Engels.
 
Maar ik dank het gekke Nederlands voor mijn gek verhaal en jullie voor de aandacht.

© Hugo Van Vlaslaer

         naar de inhoudstafel van deze reeks (klik)

terug naar de startpagina (klik)