Fascisme

terug naar de startpagina (klik)                      terug naar de inhoudstafel van deze reeks (klik)

 

Ik herinner het mij nog goed: ik ontmoette 30 jaar geleden mensen, die aanstonds een probleem zien zitten en het dan radicaal oplossen. Inderdaad het kunstminnend echtpaar Penseel bezat in hoge mate deze eigenschap.

Kunstschaatsen is: schaatsen met pirouettes, met rietbergers… Is heel mooi schaatsen. Ja, kunstminnen is… Zie je het? Het wereldkampioenschap kunstminnen voor paren… Moedertaal, wat ben jij dubbelzinnig. Het echtpaar Penseel  was een professioneel kunstminnend paar: ze verkochten kunstvoorwerpen.

Dus 30 jaar geleden stapte ik de winkel binnen van het kunstminnend echtpaar. Moeder en dochter stonden in de zaak. Plots was de vader daar ook terug van uithuizig en trad de moeder op met een praatshow voor die vader. Ze zag me compleet over het hoofd. De moeder sprak aldus tot de echtgenoot en echt genietende vader: "Weet je wat er met haar gebeurd is?" 
Ze wees naar de dochter, die pas aan lager, niet aan lagerwal maar aan de lagere school geraakt was, schatte ik.
Och ja, lagere school is terminologie uit mijn lang vervlogen kinderjaren. Basisschool heet het tegenwoordig. Het basiskind stond er fier als een pauw bij, stak, wat later haar boezem zou worden, vooruit.
 "Ja, zeg het maar mama", zei het kind.
De moeder knikte dankbaar voor de verleende toelating en praatshowde voort: "De directrice van de school is deze morgen na de belslag met een megafoon op de speelplaats verschenen er riep door het ding: “Als het belt, moeten jullie allemaal in de rij gaan staan. En ze meende het. Ze moesten in de rij gaan staan, flink staan. De directrice wachtte tot het stil was en dan mocht rij per rij naar de klas."
"Ja", zei het dochtertje, "ze floot dan op een fluitje en wees welke rij mocht gaan."
Het dochtertje keek of ze zonder doping goud behaald had op de Olympische Spelen. Ze ging in de houding staan.
"Zo", zei ze, "zo moesten we staan."

"In de rij staan", mompelde de vader. Hij dacht na en schakelde tot besluit in eerste versnelling lawaai maken.
"Wat ze nu denken dat ik mijn dochter een fascistische opvoeding laat geven! Ze moet van die school af… Dan neemt ze maar de bus tot de volgende school."

"Het is jammer", zei de moeder, "zo'n school in je eigen straat is anders wel praktisch."
"Met de bus naar een andere school", besloot de vader.

Het dochtertje keek met bewondering naar haar vader, van "ik weet dat jij voor mij door een vuur zal gaan." Papa keek lief naar het meisje.
 De moeder zei heel zacht: "Ga jij nu maar spelen."
Een lieflijk tafereel.

Toen zag de moeder me eindelijk staan.
"Wat wenst meneer?", vroeg ze.
"Ik vond dat schilderij links in de etalage mooi."

“Dat heeft mijn man zelf geschilderd”, zei ze.
"Het straalt warmte uit", verklaarde de man, "met dat dominerend rood. Het meet 60 cm × 50 cm, dat is drieduizend vierkante centimeter. Kostprijs:  15 frank per vierkante centimeter, dus  45.000 frank."

Ik vond het te duur, maar ik zei iets anders: "Dominerend rood, domineren is fascistisch. Zo'n fascistisch schilderij past niet in mijn democratische living. Ik moet het niet hebben."

Ik verliet flink kijkend de winkel. Ik behoorde toen tot het onderwijs. Ik gaf graag les en iemand de les lezen vond ik niet plezierig, maar soms noodzakelijk. Ik moest in die winkel mijn soortgenoten verdedigen.

Nu dertig jaar later, oud (79 jaar) en wijs (?) vind ik mijn “de les lezen” flauw, niet moedig. Ik had moeten zeggen: “Maar, mijnheer, dat in de rij staan is  niet fascistisch, misschien niet modern, toch pedagogie, is de kinderen leren gehoorzamen aan plaatselijke leefregels. De directrice draagt zo bij aan het voorkomen van tuchtproblemen in de klas. Het lijkt me een goede schoolvoor je dochter."

 

©  Hugo VanVlaslaer