home    poëzie

Proloog

De held van dit epos, heldengedicht, verhalend gedicht, is een knappe jongeman van 25 jaar, een automecanicien. Hij won euro millions en kon de BMW garage, waar hij werkte, overnemen van de oude baas-eigenaar. BMW: betaal meer welwillend. De held kan dat, maar de held is niet gelukkig. Hij heeft drempelvrees, faalangst voor vrouwen en wil wel… Een vriend raadde hem een vuurdoop aan bij een  prostituee. Zo wandelde hij die avond  met heldenmoed rond op het Heldenplein, bijgenaamd het Hoerenplein.

De titel van mijn epos luidt: het heldengedicht van het Heldenplein.

Van dienst in dit epos:
een dienst-niet-maagd, een straatmadelief.
Ze zag de held en sprak hem
met bed-doeling aan:
“Grietje. Aangenaam. Hoe heet jij?”
“Gaaf Grietje, ik heet Hans.”
“Sta jij heet, Hans?
Ik ben een zelfstandige sekswerkster.
Ik woon in de nabijheid.
De actie geschiedt bij mij thuis.
Geen hotelkamer te betalen.
Geen haast en spoed.
Dus goed.
Een babbel achteraf.”
Grietje zei een prijs,
Hans aanvaardde
  heldhaftig.

Grietje constateerde op weg
naar de
 nabijheid:
Hans is zenuwachtig.
Zij sprak lief:
“Jij bent een knappe zachte man,
een feest om me aan jou te geven.”
Hans stak verlegen één vinger omhoog.
“De eerste keer met een beroeps?”
“Neen, nee, de,
 de eerste keer.”
“Wat een eer voor mij.
Champagne achteraf”.
Zij trok hem mee de nachtwinkel, naast haar deur, binnen
en kocht er een fles cava.

In de hall van haar huis
hing een grote foto
van de judoka Grietje met zwarte gordel.
“Om brutale mannen te doen nadenken”,
lachte ze,
“De foto zegt voor jou: Grietje’s lichaam is overal in form”
Ze nam een getuigschrift uit een kast.
Hij las: zwarte gordel derde dan
toegekend op datum van…
aan judoka … naam en geboortedatum.
Hans constateerde
 luid: “Wonder boven wonder,
wij zijn op dezelfde dag geboren.”
Hij omhelsde haar innig
en voelde zich thuis.
Ze zei “Dit wordt het sprookje van Hans en Grietje
en de peperkoeken seks,
zonder heks.”
“Neen, het heldengedicht van het Heldenplein.”
Het is raar dat Hans reageerde
met de titel die de dichter
aan dit epos gaf.
Grietje zei: “Kom dichter...”

Hun seks was niet pervers,
maar vers na vers goede goedgeleide bedpoëzie.
Ik schreef verder geen verzen daarover,
ook niet over de hel en onkuisheid is een
  grote zonde.
Nonde, nonde, nonde…
Het was daarenboven een fiscale zonde.
Hans betaalde met zwart geld.
Hij berekende, met20 % korting,
na het tweede glas cava achteraf,
de prijs voor een jaarabonnement van 3 keer per week,
op dagen en uren dat Grietje niet tentoon stond op het Hoerenplein.
De prijs was vooraf, in maandelijkse schijven, te betalen.
Verbaasd Grietje aanvaardde.

Twaalf maanden later,
toen Hans de laatste schijf voldeed,
was zijn zwart geld volledig seksgewassen.
Hij dacht: teken voor:
“mijn liefde voor Grietje moet ook officieel”.
Hij vroeg haar ten huwelijk.
Ze antwoordde:
“We babbelen soms uren achteraf.
Na jouw bezoek
  blijf ik de laatste tijd weg van het plein,
thuis mij afvragen
of ik met jou van leefwereld kan veranderen.
 
Hopen…
Ja, ik wil.”

Waar een wil is, is een weg,
definitief weg van het Hoerenplein.

Ze trouwden.

Hun huwelijksgeluk zat, zit,
op het niveau
“we zijn in de zevende hemel der liefde.”

Postscriptum:

Ik dichtte Hans en Grietje, mijn werknemers in dit epos, hemels gelukkig. Dit in een vlaag  van grote literaire naastenliefde… En het geluk van Hans en Grietje moet blijvend zijn, ik bescherm het met copyright Hugo Van Vlaslaer.

De wonderen zijn mijn gedichten niet uit.

© Hugo Van Vlaslaer