home      essays      proza

Algemeen Nederlands (AN)

Je kunt in het Nederlands twee woorden een gemeenschap laten vormen door ze aan elkaar te schrijven. Ze geven in die gemeenschap meestal meer informatie: koemelk is nog altijd melk, maar meer bepaald melk van een koe. Doch indien je “ver” en “schieten” in de gemeenschap “verschieten” steekt, gebeurt er veel, te veel.  Seks kunnen de twee woorden niet hebben, maar ze presteren samen sito presto het ontstaan, de geboorte, van het werkwoord “verschieten” met veel betekenissen in het AN. Heb ik opgezocht, want ik kende ze niet allemaal. Dat “verschieten” van ons dialect geen AN is, wist ik wel.

In mijn dorp en in veel andere Vlaamse gemeenten en steden verschieten ze als in een pas gekochte krop sla  een slak zit. Neen, ze moeten zich verwonderen, verbaasd zijn of mogen eventueel schrikken in het AN.

 

Wat hebben “ver” en “schieten” in gemeenschap dan voortgebracht in het AN? Ik steun op de verklaringen van de dikke Van Dale dertiende uitgave en van de niet dikke Kramers “Nederlands woordenboek” uit 1946, toegekend aan de meest verdienstelijke leerling van de middelbare afdeling (was ik) door de Bond van oud-leerlingen en de Vriendenkring van de Rijksmiddelbate school van Lier (lager middelbaar, hoger middelbaar volgde ik in het atheneum van Antwerpen).

 

Verschieten betekent in het AN:

1. Verbruiken, zijn kogels, zijn kruit verschieten. Een uitdrukking: al zijn kruit verschoten hebben; al zijn pijlen verschoten hebben. Is zijn mogelijkheden, zijn argumenten, uitgeput hebben. Al zijn pijlen verschoten hebben is ongeveer het tegengestelde van “veel pijlen op zijn boog hebben”. Lief AN, ik denk, pak tien pijlen op je boog hebben, tien pijlen te gelijk afschieten dat kan moeilijk. Zou het gezegde beter zeggen: veel pijlen voor zijn boog hebben?  Dat is geen gezegde, wel: veel pijlen in zijn koker hebben. Dat is voor zijn boog.

2. Vallen, snel verplaatsen, wegschieten. Kramers geeft als voorbeeld: verschietende sterren (nooit gehoord voor vallende sterren).

3. Met een schop verplaatsen of door elkaar schudden: het koren verschieten om het duf worden te voorkomen.

4. voorschieten: ik zal je dat bedrag verschieten.

5.Verbleken van kleur: dat truitje is verschoten in de was.

 

Ik heb ze alle vijf op een rij als ik verklaar: “Ik verschiet van een slak in de sla”, is dan geen AN.  Maar als ik ’s nachts zou wandelen in een eenzame straat en uit een zijstraatje verschijnt plots een man, gewapend met een grote hond en roepend in het AN: “Heer, uw geld of mijn hond bijt u tussen de benen”. De hond gromt en toont zijn tanden. Ik word bleek van schik. Zo verschiet ik echt in het AN, volgens punt 5. Mijn besluit: als je schrikt en verbleekt, verschiet je in behoorlijk AN, in alle andere gevallen van verbaasd zijn, verschiet je alleen in het dialect. Van mijn ex-leraar Nederlands van het atheneum mocht dat niet. Hij was een geleerde man met een doctorstitel. Ik vermoed dat hij  mijn voorbeeld-geval van, volgens mij, toegelaten verschieten, zo zou vertellen: ik schrok en ik verschoot van schrik. Dat is puur en hoogwaardig AN met twee sterke werkwoorden. Hij was een goede leraar.


Toch verteer ik alle “goede” betekenissen van “verschieten” moeilijk. Ik vind “verschietende sterren”, “het koren verschieten” ongebruikelijk bij ons. Zijn ze zuiver Holland? Kan er dan ook een zuiver Vlaams bij, “verschieten van een slak in de sla”?  

Hieronder staat mijn verhaak "Verschieten", waarin ik de vijf vermelde AN betekenissen van "verschieten" gebruik. Ik heb daar ook de in mijn jeugd gebruikelijke namen van de buren gebruikt, niet hun familienaam, wel vb. "Jules van het Boerke". "Het Boerke" was  de vader van Jules. 

© Hugo Van Vlaslaer 

 

Verschieten

Mijn ouders woonden, ik als kind, rechtover een boerderijtje. Het lag daar wat verloren, te dicht tegen het centrum. Het bezat juist genoeg hectaren grond om er in die tijd behoorlijk van te leven. Het was een gemengd bedrijf. Jules van het Boerke had twee serres, één paard en twee koeien. Hij was melkveehouder, boer en tuinder.
Voor die serres had hij geld moeten lenen. Jef, de veearts, die hem het geld verschoot, vroeg: “Je hebt toch al je kruit niet verschoten door je meer in de schuld te steken? Je moet reeds je zus uitkopen.”
“Doe ik in 20 jaarlijkse betalingen. Niet alle pijlen verschoten, ik heb nu meer pijlen in mijn koker met die serres: vroege aardbeien en late tomaten, die moet ik juist mikken op Kerstmis en Nieuwjaar, voor de diners van het rijk volk in Brussel. Na Nieuwjaar daalt de prijs enorm.

 Graan, koren, zaaide Jules voor eigen gebruik. Hij dorste zelf het koren met de dorsvlegel. Stoffig werk, zijn overal moest gewassen worden. Zijn vrouw waste de overal met een nieuw zeeppoeder. De mooie overal verschoot in de was. “Alles met sunlight wassen in het vervolg” merkte Jules van het Boerke op.  Het graan werd op de zolder gelegd, daar kon het drogen. Jules van het Boerke verschoot het regelmatig en liet nu en dan graan malen om brood te bakken. Deed zijn vrouw.

De nacht dat dochter Paulien van Jules van het Boerke geboren werd, waren er veel verschietende sterren aan de hemel. “Een goed teken, ze zal Iemand worden”, zei de voedvrouw, Melanie van Frans van het varken. “Iedereen is iemand”, reageerde Jules van het Boerke.

Jules wou een zoon om zijn boerderij na hem te exploiteren. Die werd twee jaar na Paulien geboren. Hij heette Sjarel, Sjarel van Jules van het Boerke. Hij werd daar de laatste boer. De gemeente onteigende een groot deel van zijn land voor het gemeentelijk sportcentrum. Hij verkavelde zelf de grond aan de straat palend in bouwpercelen en verkocht ze. De niet getrouwde Sjarel bleef in de boerderij wonen. Geen paard en koeien meer, nog genoeg grond voor eigen behoefte. Sjarel van Jules van het Boerke is nu een kwieke tachtiger. Zijn zus Paulien is reeds overleden, haar man ook. Ze hadden drie zonen. Die bezoeken hun suikeroom Sjarel van Jules van het Boerke regelmatig.


Geschreven door: ook tachtiger, Hugo van Bertha van het villake, gehuwd met Elza van Anna van Jef van lange Wannes.