home       Proza 

Over Emile Verhaeren: Franstalige dichter en toch onze Miel van Vlaanderen? 

 2016. De Vlaamse Franstalige dichter Emile Verhaeren overleed 100 jaar geleden. Een reden om hem weer te eren.

In 1966 kocht ik mijn eerste auto. Voor onze eerste toeristische uitstap met die eerste auto, reden we, Els en ik, naar Sint-Amands aan de Schelde. Ik wou het praalgraf van Emile Verhaeren aan de oever van de stroom zien.

Emile Verhaeren werd geboren in Sint Amands op 31 mei1855. Hij werd een internationaal bekende Franstalige dichter. Ik lees via Google uit het Nederlands dagblad

De Tijd: godsdienstig-staatkundig dagblad van 29 november 1916

Onze Parijsche correspondent seint: De Belgische dichter Emile Verhaeren is te Rouaan verongelukt. Terwijl hij in den reeds in beweging zijnden Parijschen trein wilde springen, gleed hij uit en viel van de treeplank onder de wielen. In de wachtkamer van het station gebracht, bleek hij reeds overleden.

Hij had in Rouen een lezing gehouden, overnachtte er, wou ’s anderdaags de  trein naar Parijs nemen, hij woonde daar, kwam seconden te laat op het perron … Zo’n superpoëet is geen superatleet, sprong waarschijnlijk uit stilstand op de bewegende treeplank. Schok. Hij verloor eerst het evenwicht en daarna het leven. Ik heb ook geen verstand van springen. Ik zag voor het eerst in mijn jeugd in de turnzaal van het atheneum van Antwerpen een bok staan. Mijn lager onderwijs in Duffel en mijn lager middelbaat in Lier waren bokkenloos.  Mijn nieuwe gymleraar in Antwerpen, bijgenaamd de beul, zei “spring” en ik sprong  en landde boven op het beest. Ik lag daar of hij de geit was en ik de bok, een bok die niet wist wat hij daar te hangen hing.. De beul zei bokkig: “Jongen, is soms je klokhuis te zwaar?”  Ik ben nooit een goede bokkenspringer geworden. Maar ik kan nog schrijven en na één slechte sprong kon Emile niet meer in het Frans dichten. Einde. Een ander einde: zijn mooi en 11 strofen lang gedicht l’Escaut, de Schelde, uit de bundel “Toute la Flandre” van 1904, eindigt met:

        Le jour que m’abatra le sort
C’est dans ton sol,
c’est sur tes bords,
Qu’on cachera mon corps,
Pour te sentir, même à travers la mort, encore!

 

Hij wil aan de Schelde begraven worden. Is dat slot dichterlijke vrijheid om de Schelde extra te bewieroken of echt een wens van de dichter?  De geleerde lezers met invloed  opteerden voor de wens:

Ik vertaal zijn wens zeer vrij. Ik voeg er 2 inleidende versregels bij en de 5 van Emile worden er 6.

 

        In het gedicht L’ Escaut schreef Verhaeren Emile,
reeds zijn begrafenis-wil.
Ik vraag dat ik, in toestand "lijk",
mag wonen op de Scheldedijk.
Ik zal dan daar meteen,
door de dood heen,
de magie voelen van de stroom.
Mijn graf wordt zo mijn scheldeoever-home.

 

Ik vond daarna een meer letterlijke, wat stijve, vertaling op internet:


als eens het lot mij nederslaat,
men op uw oevers, in uw schoot,
mijn lichaam rusten laat,
om u nog te voelen, na mijn dood !

Bij ons in Vlaanderen ijverde men mee om die wens te vervullen. Emile werd niet gezien als een Franstalige bourgeois, maar als een dichter die o.a. met de bundel “Toute la Flandre” Vlaanderen bekend maakte in het buitenland. Het praalgraf aan de bocht van de Schelde in Sint Amands kwam er, was klaar in 1927 en de resten van Emile werden plechtig in het praalgraf geplaatst. Koning Albert I en koningin Elisabeth waren aanwezig. Door Emile in het praalgraf in Sinds Amands te begraven, evolueerde zijn imago van Franstalige dichter, naar onze Miel van Sint Amands en dus van Vlaanderen.

Wat ik tot hiertoe over Emile, de superpoëet gezegd heb, vat ik dichterlijk samen:

Die reeds rijdende trein, wat een ellende.
Begraaf me aan de Schelde.     
Dat het niet aanstonds moet,
over elf jaar, in 1927, is nog goed.

 

 

Ik zie veel poëzie van die Vlaamse Franstalige Emile zo: zijn gedichten zijn Vlaams bier in Franse wijnflessen. Zijn opvoeders hadden hem geen Vlaamse verpakking meegegeven, anders..…Thuis spraken ze Frans. Hij kende wel het Vlaams dialect van Sint Amands. Leerde hij in zijn kinderjaren door de omgang, het spelen met dorpsgenootjes. Hij genoot het middelbaar onderwijs op internaat in het toen uitsluitend Franstaling Jezuietencollege Sint Barbara in Gent. Studeerde in Leuven rechten, in de nog scheve Franstalige toestand daar.

Het Frans was toen de culturele taal van Europa, was dé taal van la Belgique. Gelukkig leefden er toen ook intellectuelen die streden voor ons Nederlands. De Vlaamse beweging bewoog en Emile Verhaeren bewoog in de Franstalig poëzie naar vernieuwing.

Hij was een origineel genie: hij heeft als advocaat slechts tweemaal gepleit en besloot na de tweede keer: mijn rechte weg loopt anders, recht naar de dichtkunst met zijwegen als contacten leggen met kunst en kunstenaars in het algemeen, kunstcriticus spelen in de gespecialiseerde tijdschriften, lezingen houden tot in Sint Petersburg. en Français natuurlijk. Samenvatting in karamelverzen:       


Emile dichtte in het Frans
met Vlaamse slag nu en dans.
Hij pleitte even
maar wou als dichter leven.

 

Sommige overleden beroemdheden viert men een aantal jaren na hun geboorte, anderen herdenkt men jaren na hun dood. In Sint Amands doet men beide.

In 1955 ter gelegenheid van zijn honderdste verjaardag kreeg Emile,  een bijzonder cadeau: hereniging met zijn vrouw. De stoffelijke resten van zijn in 1931 overleden echtgenote Marthe Massin werden overgebracht naar het praalgraf, dat daarvoor vergroot was.. Origineel romantisch verjaardagscadeau. Het koppel was er blij mee? We kunnen dat ons inbeelden! Een overheid erkende, bewonderde, bevorderde de romantiek, de liefde, de relatie. Symbolisch. Toch tof.
Marthe was 5 jaar jonger dan Emile, was een Luikse kunstenares. Ze gaf tekenles aan de kinderen van de graaf van het kasteel in Bornem. De schoonbroer van Emile was er rentmeester. Emile ontmoette Marthe de eerste keer bij zijn zus in Bornem en van het één kwam het ander. Emile publiceerde ook gedichten over zijn huwelijksgeluk met Marthe. Het koppel woonde in Brussel, later in Parijs.

Ik vat deze paragraaf weer dichterlijk samen:


Marthe kwam aan de Schelde liggen bij Emile.
Beideb zegden ooit: “Ja, ik wil”,
We beelden ons nu liefde in aan de stroom
in hun gemeenschappelijk praalgraf-home.



Emile Verhaeren werd op zondag 27 november 1966, 50 jaar na zijn dood  uitbundig gevierd in Sint Amands. Zijn Franstalig zijn stoorde niet. Zijn .imago keerde fictief terug van verloren zoon naar echt “Miel van Sint Amands en van Vlaanderen.”. Op de herdenkingsplechtigheid van Emile mocht men in 1966 geen Franse toespraak houden. De ”onze Miel”-makers, overdreven. De Walen mochten wel mee herdenken, maar niet in het Frans. De Walen stuurden hun kat, hun haan bleef kwaad thuis. Hun haan had gelijk: een Franstalige dichter, zelfs met veel gedichten over Vlaanderen, hoort beleefdheidshalve in de Franstalige letterkunde. Emile Verhaeren blijft voor ons een mooie vogel voor de Franstalige kat. Laat ze de overgebleven pluimen houden om op hun hoed te steken. De Vlaamse herdenkers hadden in hun Vlaamse ijver zelfs gehoopt op de aanwezigheid van de uitgenodigde koning. Koning Albert I had Emile ooit gepromoveerd tot poète national. Maar Boudewijn verscheen niet, wou diplomatisch niet meedoen aan de vervlaamsing van de Franstalige Emile Verhaeren. Hij stuurde ook de koninklijke kat en liet de koningin bloemen leggen op het graf van Emile, op een andere dag. Hij wou Emile Verhaeren wel eren, niet “onze Miel van Vlaanderen.”

Over een Franstalige dichter geen woord Frans willen zeggen is onbeleefd.  Mijn eigen Vlaams leeuwtje, dat kan klauwen, mag nooit het ongelikte beertje uithangen of ik zou het toch termen.

Maar overdrijven, Walen jennen, is soms heerlijk. Onze taal is jaren onderdrukt door la Belgique.


In november 2016 zal Sint Amands zeker de honderdste verjaardag van het overlijden van hun Emile herdenken, misschien weer groots. Ik denk optimistisch dat ik dan nog leef en zal vernemen “hoe?”. Ik hoop heel goed, deze keer zonder de Franstaligen op hun tenen te trappen. Laat iemand van la litérature Française in het Frans spreken. Vertaal eventueel of resummeer zijn toespraak na afloop in het Nederlands. Vlaanderen is nooit boos geweest op de roem van Emile in de Franse taal.

 

Het praalgraf werd in 2008 gerestaureerd en verhoogd, op een rechthoekig sokkel-gebouwtje gezet om het te beschermen tegen het scheldewater.
Sint Amands, de provincie Antwerpen, Vlaanderen zullen wel blijven zorgen voor het Emile Verhaerenmuseum en het praalgraf in Sint Amands.

Ik vat dichterlijk samen:

1966: grootschalig werd de poëet vereerd,
Maar slechts in het Nederlands geëerd.
2008: het praalgraf werd gerestaureerd
en het scheldewater van het graf geweerd.
2016 november: Emile weer eren, genre 1966 wat gerestaureerd,
met de taal van Emile niet absoluut geweerd?
Hoop ik, j’ espère,
want dat kan zonder Frans superieur-air

   Op 27 november 1916 sprong de 61 jarige dichter, Emile Verhaeren in het station van Rouen op de reeds rijdende trein naar Parijs... Dat mislukte tragisch. Waar moest hij begraven worden?

 

In Sint Amands aan de Schelde, volgens zijn wens in het gedicht l’Escaut? De oorlog 14-18 woedde en Sint Amands lag in het door de Duitsers bezet gebied. Frankrijk wou Emile bijzetten tussen de beroemde Franse literatoren in het Pantheon in Parijs. Een grote eer. De familie - de ouders van Emile waren overleden en hij had geen kinderen - de familie bedankte daarvoor, het was niet volgens de wens van Emile. Na de tussenkomst van koning Albert I werd Verhaeren op 2 december 1916 begraven op het militair kerkhof van Adinkerke. Achteraf vond men Adinkerke te dicht bij het oorlogsgeweld en de stoffelijke resten werden overgebracht naar Wulveringem, nabij Veurne.

Op 9 oktober 1927 begroef men plechtig, in aanwezigheid van koning Albert I en koningin Elisabeth, Emile Verhaeren voor de derde keer in het praalgraf aan de Schelde in Sint Amands. Bij de restauratie van het praalgraf in 2008 werd het lichaam van Emile, en waarschijnlijk – ik weet het niet zeker- dat van zijn in 1955 bijgeplaatste vrouw Marthe ook, weer voorlopig elders begraven om na de restauratie terug te keren. Emile Verhaeren werd dus vijfmaal begraven.  Ik vermoed: een wereldrecord van het aantal begrafenissen van beroemde poëten.  

Rijmende samenvatting:

 

Negentienhonderd zestien.
Het was niet om te zien:
Emile onder de wielen van de trein naar Parijs.
Frankrijk dacht eervol en wijs:
Emile bij te zetten in het Pantheon. 
De familie besloot dat het niet kon.
Na voorlopige begrafenis ellende, 
kreeg Emile een praalgraf aan de Schelde.
Ook een grote eer,
met bij restauratie een ticket “heen en weer”.

 

Maar waarom was in Rouen de trein naar Parijs reeds rijdend? Emile kwam dus seconden te laat op het perron. Waarom? Ik denk dat hij een stipte mens was. Ik veronderstel.... Emile werd, op stap naar het station, onderweg aangesproken: “Mijnheer, ik was gisterenavond aanwezig op uw lezing. Interessant enz. Emile kon niet stiekem op zijn polshorloge kijken en ten gepaste tijd zeggen: “Sorry, ik moet mijn trein halen. In 1916 bezat een heer een zakuurwerk dat in een zakje van zijn vest zat. Vest is het A.N. voor gilet. Over dat vest een jas, dan een overjas. Emiel moest kleding losknopen om te zien hoe laat het was, dat gaat niet stiekem. Dus de wereldberoemde Emile stierf misschien door het enz. van een voorbijganger en het mankeren van een polshorloge.   

 

 

Mogelijk:de ramp begon
onderweg naar het station.
Een individu sprak Emile aan
en de poëet bleef te lang in gesprek staan.
Hij haastte zich daarna naar het station.
Kwam seconden te laat op het perron:

Zijn trein was reeds rijdend
en Emile moe en hijgend.
Hij voerde de sprong naar de trein slecht uit
en het werd met hem: amen en uit.


Later bijgevoegd: op 26 maart 2016.


De vorige paragraaf is fictie over het seconden te laat komen van Emile Verhaeren op het perron in Rouen: zijn trein reed reeds. Dat las ik via Google in het Nederlandse dagblad De Tijd, staatkundig en godsdienstig blad. Ik nam aan dat zo’n blad de waarheid schreef.

Enkele dagen geleden stak in mijn bus het tijdschrift SMAG. Het doet: genieten in Scheldeland. Langs Schelde, Dender en Rupel. Er staan drie bladzijden in om te genieten in Sint-Amands van de viering van Emile Verhaeren in 2016. Fijn. Een veelvoudige viering met: tentoonstelling, theaterwandeling, met Verhaeren op pad te voet of met de fiets, boottocht: deinen op het ritme van de poëzie, red jacket, poëziehappening en lekker dineren. Ik zie in dat programma geen graten voor de Walen, ik zag die wel in de herdenking van1966.

Mijn oog viel en bleef plakken op de tweede bladzijde. Daar stond: 27 november 1916: die dag wilde Verhaeren -toen 61- op de trein naar Parijs springen, nog voor die tot stilstand gekomen was. Hij sprong dus niet op de reeds rijdende trein, maar op de nog rijdende trein. Dat is nog dommer. Hij was niet te laat op het perron, maar reageerde te vroeg treinwaarts.

Ik zou moeten uitvissen wie gelijk heeft: het Nederlandse dagblad De Tijd met “reeds” of het tijdschrift SMAG met “nog”. Ik weet niet hoe ik dat moet uitvissen. In deze wereld van twijfel laat ik mijn vorige paragraaf staan. Trouwens “fictie” moet ik geen bewijs van echtheid geven

 

De trein reed “reeds” of “nog”.
In beide gevallen gold toch:
Emile was een superpoëet,
maar geen spring-atleet

info over het herdenken van 100 jaar geleden overleed Emile Verhaeren: www.sint-amands.be      www.emileverhaeren.be
 

 

 

Verhaegen publiceerde zijn eerste dichtbundel “Les Flamandes”, na los werk in tijdschriften, in 1883. De biografie van Verhaegen door  het Verhaegenmuseum in Sint Amands schrijft over die bundel. Ik citeer er een deel van: “de naturalistische inslag van het werk en de vaak provocerende, sensuele en realistische schetsen van zijn geboortestreek hebben een enorm succes in avant-garde kringen. In het katholiek landelijk milieu verwekt de bundel eveneens heel wat ophef.”

Einde citaat. Die “ophef” is negatief. Uit een artikel in “Les Belges, leur histoire..”, blijkt dat   ”wat ophef” een schandaal verwekken is.

De ouders van Emile zouden zelfs met behulp van meneer pastoor de nog niet verkochte bundels in de uitgeverij opgekocht hebben om ze te vernietigen  We zaten toen nog volop in de te late katholieke middeleeuwen, maar dat ouders zo handelden???  Ik heb dat opkopen en vernietigen nog in twee Nederlandstalige artikels gevonden. Toch is Emile beroemd en niet berucht geworden en hij maakte Sint Amands mee bekend.

In dat “les Belges” artikel staat ook een uittreksel uit waarschijnlijk het “ strafste” gedicht van de bundel.  Ik citeer los daaruit enkele vrij vertaalde woorden of delen van zinnen: die vrouwen zijn gulzig naar de liefde.… braspartijen..… zingen vette liederen... danssprongen die de vloertegels kunnen breken, dansen met schokken van lichaam tegen lichaam.

Het gaat niet over de meest verheven dingen, maar er zijn eveneens in “Les Flamandes” brave gedichten over koeien, varkens, broodbakken...

“Les Flamandes” gaat over vrouwen en veel meer:
Vlaamse kunst, broodbakken, koeien, boeren in de weer...
Emile schreef veel bladen avant-garde-gezond,
zonder een blad voor de mond.
Appreciatie elders positief,
in Sint Amands sterk negatief.
Dat dorp was toen niet, zoals nu,
Emile-poeslief, continu.

Emile Verhaeren was genomineerd voor de Nobelprijs literatuur in 1911. Ook een ander Vlaams in het Frans schrijvend geval, Maurice Maeterlinck uit Gent en die kreeg de prijs.. 

 

Emile behaalde geen Nobelprijs,
Maar met zijn poëtische wens, geen eis,
rust hij toch glorierijk
in een praalgraf op de scheldedijk

.

 

Hugo Van Vlaslaer.

terug naar:  home    inhoudstafel van deze reeks




.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

© Hugo Van Vlaslaer     terug naar de startpagina (klik)        

terug naar de inhoudstafel van deze reeks (klik)     naar het volgend stukje van deze reeks (klik)